Het grote zwijgen

Veel ex-gebruikers van heroïne die ik interview, lijken opgelucht om eens uitgebreid met iemand over hun drugsverleden te kunnen praten. Vaak zwijgen ze erover tegen collega’s, buren, kennissen en vrienden die ze in hun ‘cleane’ leven hebben leren kennen. Intimi, zoals jeugdvrienden, kinderen, familie of partners, weten er doorgaans wel van. Maar tegenover de rest houdt men de mond, uit angst voor veroordeling door hun omgeving. Een man die ik vorige week sprak, vertelde dat hij een paar vrienden was kwijtgeraakt toen hij hen vertelde over zijn heroïneverleden. ‘Junks’ gelden als slechte en onbetrouwbare mensen, was zijn cynische conclusie. Het stigma rond drugsgebruik is ook in ons zogenaamd tolerante Nederland nog steeds groot. Over uitspattingen met drank maken mensen grappen; alcohol wordt geassocieerd met lol en gezelligheid. Om drugsgebruik hangt een heel andere sfeer, van individuele genotzucht en daaruit volgend verval.

Wie ‘drug user’ intikt op google ziet meteen een reeks afbeeldingen met mensen die er zeer ernstig aan toe zijn. Een favoriet genre op het internet zijn ook de “mug shots” van drugsgebruikers die op het politiebureau belanden en die je in de loop der jaren zienderogen achteruit ziet gaan, zoals in de beroemde fotoserie Faces of Meth. Op één webpagina kun je zelfs een spelletje doen: combineer de juiste voor-en-na foto’s van gebruikers van het crystal meth (‘speed’). En raad vervolgens hoe lang of kort het duurde, voor ze tot dit stadium waren afgetakeld. Leuk! Waarschuwen is natuurlijk het idee achter dit soort visueel materiaal. Maar de impliciete boodschap die het uitdraagt is dat het hedonisme van de drugsroes mensen uiteindelijk verlaagt tot een dierlijk niveau. Wie begint aan de drugs slaat een route in die onherroepelijk leidt tot de totale sociale, lichamelijke en geestelijke neergang. Zielig, misschien, maar ook je eigen schuld. Had je maar niet zo dom moeten zijn aan de drugs te gaan. Het is een hardnekkig stereotype in de westerse cultuur.

In de Verenigde Staten heeft verslavingsdeskundige Nora Volkow zo’n tien jaar geleden de strijd aangebonden met het stigma rond verslaving. Volkow – de achter-kleindochter van de Russische revolutionair Leon Trotski! – is hoofd van het Amerikaanse National Institute on Drug Abuse (NIDA). Onvermoeibaar betoogt zij dat verslaving een hersenziekte is. Let’s lose the stigma, is haar boodschap aan de samenleving. Drugsgebruik verandert het functioneren van het brein, waardoor het ‘verleert’ om op een normale manier te genieten. Het dwangmatige gedrag van verslaafden valt hen daarom niet persoonlijk aan te rekenen, aldus Volkow.
Nora-Volkow-325x216-300x199
Het is een nobel streven en ik ben een groot fan van Volkow. De vraag is echter of dit neurologische model van verslaving het antwoord is op het hardnekkige stigma rond drugsverslaving. Al ruim honderd jaar betogen verslavingsdeskundigen immers, dat verslaving een ziekte is een geen zwakte – met beperkt resultaat. Misschien ligt de oplossing wel meer in een kritisch zelfonderzoek. Hoe verschillend zijn wij eigenlijk van deze harddrugs gebruikers die we zo makkelijk veroordelen? Talloze mensen balanceren op de grens tussen zelfbeheersing en controleverlies, of zijn in meerdere of mindere mate afhankelijk van legale of gedoogde bewustzijns veranderende middelen. De een weet met moeite het drank- of cannabisgebruik binnen de perken te houden. Een ander zoekt troost in chips en snoep en worstelt met zijn gewicht. Vele honderdduizenden Nederlanders blijven op de been dankzij tranquilizers of antidepressiva. De grens tussen “wij” (de normale, sterke mensen) en “zij” (de van middelen afhankelijke, zwakke ‘junks’) is minder scherp dan we graag denken.